Waarom geen windmolens?

Geluid en gezondheid

Bewoners van de omliggende wijken krijgen te maken met laagfrequent geluid. Dat is te horen als een bromtoon, vergelijkbaar met het geluid van een koelkast, dat komt van het zoeven van de wieken. Het geluid herhaalt zich continue. Het is storend en tot in huis te horen, vooral ’s nachts. Op andere plaatsen in het land waar al windmolens zijn geplaatst, hebben verschillende omwonenden klachten over dit geluid. Er bestaat ook laagfrequent infrasoon (niet hoorbaar) geluid. Dit geluid hoor je dus niet, maar is voelbaar, als een soort druk.

Onderzoek wijst in toenemende mate uit dat geluidsoverlast en blootstelling aan laagfrequent geluid ernstige gevolgen kan hebben voor de gezondheid. Bijvoorbeeld stress, slapeloosheid, concentratieverlies, hoofdpijn en depressie. Er is in Nederland nog onvoldoende onderzoek gedaan naar deze gevolgen. Dat is ook de reden waarom er nog geen regelgeving bestaat met betrekking tot laagfrequent geluid. Het RIVM stelt daarom voor om in Nederland meer onderzoek te doen naar de blootstelling aan laagfrequent geluid (LFG) en de gezondheidseffecten daarvan.

Verschillende onderzoekers en huisartsen adviseren dan ook om windturbines op minimaal 1500 meter afstand van woningen te plaatsen. Of op een afstand van 10 keer de tiphoogte, dus 2400 meter. In Nederland geldt nog geen wettelijke minimumafstand. In veel omliggende landen wel. Daar hanteert men veel ruimere afstandsnormen.

Slagschaduw en mogelijke waardedaling

Slagschaduw en waardedaling van huizen zijn andere nadelige gevolgen voor omwonenden. Slagschaduw geeft het effect van een knipperende lamp en verschilt op basis van seizoen, zonstand en uur van de dag.

Onderzoek van UvA en VU naar waarde van woningen toont een gemiddelde waardedaling aan van 5%, in een straal van 2 km rond molens met tiphoogte vanaf 150 meter. Bij hogere molens neemt deze daling toe. Voor Rijnenburg-Reierscop (ook beoogd gebied voor windmolens) calculeert men een waarde-verlies van ruim €75 miljoen, rekening houdend met een eigen risico van 2%. Onderzoekers kunnen zich in die berekening vinden.